Het zal je maar gebeuren; jouw DNA onder de vingernagels van een dodelijk slachtoffer

Het zal je maar gebeuren. Jouw DNA wordt gevonden onder de vingernagels van een dodelijk slachtoffer van een misdrijf.

Dan heb je wel wat uit te leggen. En dan heb je pech als je niet in staat bent om het te kunnen uitleggen.

Dan mag je hopen dat je een oprecht betrokken advocaat hebt, die voor jou wil vechten en die de politie, de officier van justitie en de rechter duidelijk zal maken, dat een DNA-spoor geen daderspoor is. Een advocaat die aan de hand van wetenschappelijke publicaties, rechtspraak en voorbeelden, zoals hieronder vermeld, duidelijk maakt dat jij onschuldig bent. Dat het dus mogelijk is, dat jouw DNA via andere personen zelfs onder de nagels van een voor jou volslagen onbekend persoon terecht is gekomen.

Ook VAN SCHAIK behandelt regelmatig zaken waarbij DNA bewijs aan de hand van deskundigenrapporten ter discussie wordt gesteld en al diverse malen heeft dit geleid tot een vrijspraak.

Hebt u een vraag/probleem, wordt u verdacht, al dan niet op basis van DNA, neem contact op!

Innocent Man Charged With Murder Because His DNA Was Found On The Fingernails Of Victim, Whom He Had Never Met

from the DNA-is-formidable,-not-infallible dept

The forensic use of DNA is rightly regarded as one of the most reliable ways of establishing the identity of someone who was present at a crime scene. As technology has advanced, it is possible to use extremely small traces of genetic material to identify people. One possibility that has so far received little attention is that the DNA of someone might be transferred accidentally to a murder victim’s body, say, even though the former person had absolutely nothing to do with the latter’s death, and maybe had never even met him or her. The Marshall Project has a fascinating and important report on just such a case.

Back in 2012, a group of men broke into the Silicon Valley home of a 66-year-old investor, tied him up, blindfolded him, and gagged him with duct tape. The duct tape caused him to suffocate, turning a robbery into a murder. Some DNA found on the victim’s fingernails matched that of a homeless man, who was well-known to local police. It seemed an open-and-shut case — even the alleged murderer, who had memory problems, admitted he might have done it, given this apparently incontrovertible proof. Fortunately, his lawyer was diligent in checking everything about her client in the hope of at least mitigating his punishment. As she examined his medical records, she discovered the following:

The medical records showed that [the accused] Anderson was also a regular in county hospitals. Most recently, he had arrived in an ambulance to Valley Medical Center, where he was declared inebriated nearly to the point of unconsciousness. Blood alcohol tests indicated he had consumed the equivalent of 21 beers. He spent the night detoxing. The next morning he was discharged, somewhat more sober.

That night her client had been in hospital was when the murder had been committed. Further research confirmed that he could not have been on the crime scene, and also that he had never met the victim. The question then became: how had his DNA — for there was no doubt it was his — ended up on the fingernails of a murdered man?

The connection was found in the paramedics who had responded to the discovery of the murder victim. It turned out that earlier that day they had taken the innocent man accused of the murder to Valley Medical Center after he had collapsed drunk in a supermarket. Somehow, improbable as it might seem, they had transferred his DNA onto the murder victim, where it was later discovered by the forensic scientists.

The Marshall Project article goes into much more detail about the case and the history of using DNA to solve crimes — it’s well-worth reading. It highlights two crucial facts that need to be taken into account when DNA is used as evidence, especially for serious crimes carrying heavy penalties. One is that we all leave our DNA everywhere:

An average person may shed upward of 50 million skin cells a day. Attorney Erin Murphy, author of “Inside the Cell,” a book about forensic DNA, has calculated that in two minutes the average person sheds enough skin cells to cover a football field. We also spew saliva, which is packed with DNA. If we stand still and talk for 30 seconds, our DNA may be found more than a yard away. With a forceful sneeze, it might land on a nearby wall.

To find out the prevalence of DNA in the world, a group of Dutch researchers tested 105 public items — escalator rails, public toilet door handles, shopping basket handles, coins. Ninety-one percent bore human DNA, sometimes from half a dozen people. Even items intimate to us — the armpits of our shirts, say — can bear other people’s DNA, they found.

The other fact is that contamination of key DNA samples by those investigating a crime is the rule, not the exception:

A 2016 study by Gill, the British forensic researcher, found DNA on three-quarters of crime scene tools he tested, including cameras, measuring tapes, and gloves. Those items can pick up DNA at one scene and move it to the next.

Once it arrives in the lab, the risk continues: One set of researchers found stray DNA in even the cleanest parts of their lab. Worried that the very case files they worked on could be a source of contamination, they tested 20. Seventy-five percent held the DNA of people who hadn’t handled the file.

As the article emphasizes, DNA is indeed an incredibly powerful forensic tool, which has helped convict the guilty, as well as exonerate the innocent. But it is not infallible. The question is: how many other people have been wrongly charged, convicted and punished because of stray DNA?

Camerabeelden ziekenhuis vallen ook onder verschoningsrecht van arts

Op 10 april 2018 heeft de Hoge Raad bepaald dat als de politie in het kader van strafrechtelijk onderzoek camerabeelden van een ziekenhuis wil ontvangen, deze beelden, niet hoeven te worden verstrekt.

De geheimhoudingsverplichting van een arts heeft dus ook betrekking op dit soort camerabeelden, ook al hebben die betrekking op ruimten die voor iedereen, dus ook voor niet-patiënten toegankelijk zijn.

“De Rechtbank heeft tot uitgangspunt genomen dat op de camerabeelden in ieder geval ook patiënten zijn vastgelegd. Camerabeelden waaruit de identiteit van een patiënt of van het bestaan van een (toekomstige) hulpverleningsrelatie valt af te leiden omdat zij de bezoeker van een bepaalde arts of een bepaalde behandelafdeling van een ziekenhuis herkenbaar in beeld brengen, kunnen onder het verschoningsrecht van een arts en derhalve het de klaagster toekomende afgeleide verschoningsrecht vallen. De Rechtbank heeft dat miskend. Dat, zoals de Rechtbank heeft overwogen, op de desbetreffende camerabeelden ook bezoekers en begeleiders te zien zijn en dat de plaatsen waar die camerabeelden zijn gemaakt voor een ieder toegankelijk zijn, maakt dat niet anders.”

Bekijk hier de volledige uitspraak

Vriend over mishandelde dominee: ‘Ze is heel bang geweest’

Onduidelijke aanleiding mishandelingsszaak Rhenoy

De zaak rondom de poging tot doodslag van de dominee in het Gelderse Rhenoy heeft afgelopen maanden veel losgemaakt. Eind maart was de eerste pro forma zitting bij de rechtbank. Het slachtoffer stond toen voor het eerst weer oog in oog met de verdachte. Een ingewikkelde zaak, want wat er precies op de 21ste november 2017 is gebeurd is niet duidelijk. De dader is zelf alle herinneringen aan de mishandeling kwijt.

ARNHEM – Richard Vissinga is een goede vriend van dominee Ebi Wassenaar. Hij vertelt in het programma ‘De Week van Gelderland’ dat de dominee graag op Eerste Paasdag voor het eerst weer een dienst gaat bijwonen in haar eigen kerk. Vissinga is zelf ook predikant en kent Wassenaar al zo’n dertig jaar. Hij zat in november na de mishandeling als een van de eersten aan haar ziekenhuisbed.

Dominee Wassenaar zwaar mishandeld

Op 21 november 2017 werd dominee Wassenaar zwaar mishandeld. Wijnand B. uit Tricht wordt verdacht van de mishandeling. Hij sloeg de dominee met een hamer op haar hoofd. Deze week was de zitting bij de rechtbank in Arnhem. Wassenaar en Vissinga waren daar beiden aanwezig, net als de verdachte.

Ze was op het verkeerde moment op de verkeerde plek
Richard Vissinga, goede vriend van dominee Ebi Wassenaar

Op het verkeerde moment op de verkeerde plek

Ebi zit in een rolstoel. Ze heeft de hele zitting deze week bijgewoond. Het was indrukwekkend en confronterend voor haar. Ze zag de man die haar van het leven had willen beroven maar het was ook een kwetsbare man, die er verschrompeld bij zat en niet uit zijn woorden kon komen. Ze was op het verkeerde moment op de verkeerde plek.’

Bekijk het gesprek uit De Week van Gelderland

Pianostemmer weet niks meer

Advocaat Jan Peter van Schaik zegt dat de verdachte niks meer weet van zijn daad. ‘Er is veel bewijs tegen hem maar hij leeft in een nachtmerrie. Hij weet niks meer. Ook over zijn leven is hij veel kwijt.’

Hoe ze geen haat koestert tegen de pianostemmer, dat dwingt respect af
Richard Vissinga, goede vriend van dominee Ebi Wassenaar

‘In het begin was Wassenaar heel bang maar nu is dat wel minder geworden’, zegt Vissinga. Hij bewondert dominee Wassenaar om hoe ze er mee omgaat. Hoe ze geen haat koestert tegen de pianostemmer, dat dwingt respect af. Ze heeft een ijzeren wil en heeft ook steun aan het geloof.’

Met Pasen weer naar de kerk

Wassenaar wil zondag op Eerste Paasdag voor het eerst weer een dienst bijwonen in haar kerk in Rhenoy. Vissinga vindt het bijzonder dat ze juist deze dag heeft gekozen. ‘We vieren dan de opstanding van Jezus uit de dood. We vieren dat uitbundig en vrolijk. Het is symbolisch. Met Pasen vier je het wonder van het leven. Het is veelzeggend dat Ebi dit gekozen heeft. Ze was zelf bijna dood.’

Grondig nader onderzoek

Over de aanleiding van de poging tot doodslag door de verdachte heerst nog veel onduidelijkheid. De rechtbank gaat de komende maanden de zaak dieper inhoudelijk onderzoeken. De tweede pro forma zitting staat op 19 juni gepland.

OM: ‘Pianostemmer probeerde dominee te vermoorden’

In maart begon de eerste pro forma zitting van een opmerkelijke zaak. Opmerkelijk door het ernstige feit dat werd gepleegd, maar ook omdat de verdachte door zijn fysieke en mentale gesteldheid pas nu kon worden voorgeleid. Hij zegt zich er ook niets meer van te kunnen herinneren, ook niet van de maanden daarvoor. Een poging tot moord. Daar gaat het Openbaar Ministerie van uit tijdens de mishandelingszaak in de kerk van het Gelderse dorpje Rhenoy. Een pianostemmer heeft daar de vrouwelijke dominee geslagen met een hamer.

“De dominee is halfzijdig verlamd geraakt en maakt het, naar omstandigheden, redelijk goed. Ze wil met Pasen weer haar eerste dienst geven. “

Poging tot moord

Dominee Ebi Wassenaar raakte vorig jaar november daarbij verlamd. Ze zit in een rolstoel. Het OM ziet dit als poging tot moord. Vandaag is de eerste zitting in deze opmerkelijke zaak. Het motief van de verdachte is vooralsnog onbekend. De zaak veroorzaakte een shock in het dorp.

Bekijk video

Zo maar een voorbeeld uit de praktijk

Een zondagse zomeravond in een zwembad in Veenendaal. Drie Nederlandse meisjes worden lastig gevallen door enkele jongens van wie de ouders uit Marokko komen. In de stroomversnelling, die “draaikolk” wordt genoemd, zou mijn cliënt één van de meisjes onzedelijk hebben betast en vastgepakt, waarna zij met hulp van vriendinnen nog maar net kon wegkomen. Zij doet aangifte en de minderjarige jongen wordt op zondagavond aangehouden en verhoord.

Als minderjarige moet hij een advocaat bij het verhoor, maar de twee zedenrechercheurs zeggen dat hij dan een nacht vast blijft zitten. Die dag erop begint zijn stage, dus hij wil zo snel mogelijk naar huis. Ondertussen belt zijn zus met de familie en vraagt of ouders bij het verhoor mogen. Dat wordt geweigerd. De jongen blijft ontkennen en mag ’s avonds laat naar huis.

Een jaar later moet hij voor de meervoudige strafkamer van de rechtbank verschijnen en word ik zijn advocaat.
Ook mij zijn vooroordelen niet vreemd en cliënt voldoet daaraan. Bovendien bevat het dossier verklaringen van de andere meisjes dat cliënt lastig was. Maar direct bewijs van het betasten met een seksuele bedoeling was er niet. Cliënt verzekert mij ervan dat hij onschuldig is.

Op de eerste zitting in juli 2017 heb ik gevraagd om camerabeelden van het zwembad en de opnames van het verhoor van cliënt en aangeefster.
De officier v justitie zegt dat ze het verhoor van cliënt buiten het bewijs laat, omdat hij geen advocaat had. Hoezo uitsluiten van het bewijs? Hij had toch niet bekend?
De camerabeelden zouden onduidelijk zijn en niet bruikbaar. Ik dring aan en de rechtbank oordeelt dat mijn verzoeken worden toegewezen.
In oktober 2017 heb ik de gevraagde opnames nog niet en wordt de zitting uitgesteld tot 19 januari 2018.

Eindelijk krijg ik de camerabeelden en de opnames van de verhoren en ik schrik mij kapot.
De camerabeelden bevestigen het verhaal van cliënt en ontkrachten het verhaal van aangeefster. Uit niets blijkt dat zij verschrikt uit de draaikolk is gegaan na te zijn belaagd.
Nee, ruim 11 rondjes hebben zij en haar vriendinnen met jongens daar gespetterd.

Ook daarna is zichtbaar dat er normaal gedrag over en weer is. Alleen op het laatst is zichtbaar dat zij onder water wordt geduwd en dat niet leuk vindt.
De opname van het verhoor van cliënt wijkt erg af van het schriftelijke proces-verbaal van verhoor.
Cliënt die hoorbaar heel rustig en correct blijft antwoorden wordt telkens ruw onderbroken met de mededeling, dat hijzelf de verhoorders niet laat uitspreken.
Bovendien wordt er keihard door de politie gelogen als ze tegen hem zeggen dat zijn verhaal niet klopt, omdat “de camerabeelden niet liegen”.
Camerabeelden die de politie op dat moment nog niet heeft bekeken en die dus juist zijn verhaal bevestigen.

De verhoren, een dag later, van de twee min of meer belastende getuigen, verlopen minder kritisch. De getuigen worden niet geconfronteerd met de ontkenning door cliënt en zij worden door de politie kritiekloos bevestigd in hun verhaal dat dit soort jongens moeten worden gestopt in hun gedrag.

Op 19 januari 2018 was het dan eindelijk zover. Ik heb het verhoor van cliënt door de rechter laten beluisteren en daarmee juist de betrouwbaarheid van de ontkennende verklaring van cliënt aangetoond.
De officier van justitie eiste vrijspraak en de rechtbank doet op 26 januari a.s. uitspraak.

Na de zitting sprak de officier van justitie mij aan en complimenteerde zij mij. Door mijn vasthoudendheid bij het opvragen van de opnames en de uitwerking daarvan, kwam zij tot de conclusie dat cliënt niet schuldig was. Anders had ze een onvoorwaardelijke straf geëist en zou cliënt levenslang als zedendelinquent kunnen worden aangemerkt.

De rechtbank is natuurlijk niet gebonden aan deze eis en zou cliënt nog kunnen veroordelen. We zullen zien.

Jan Peter van Schaik

strafrechtadvocaat

advocatenkantoorvanschaik.nl

Meer weten?

Mr. J.P.A. (Jan Peter) van Schaik is gespecialiseerd in het strafrecht. Heeft u vragen of wilt u een eigen zaak aan hem voorleggen? Laat het gerust weten via het getoonde reactieformulier of bel +31 (0)6 512 234 18.